Dromen en ambities (4)

Het is lang geleden, langer dan gewoonlijk in elk geval, dat ik hier nog eens iets schreef. Vandaag had ik echter echt het gevoel dat het nog eens ‘nodig’ was, om mijn leven even te bekijken. Stil te staan bij het nu en de veranderende tijden waar ik me in bevind.

  1. Met de muziekblog gaat alles goed. ’t Is te zeggen, het betert weer. De blogwereld is behoorlijk genadeloos wanneer je er minder tijd voor hebt, met als gevolg een deel van de lezers die het op een lopen hebben gezet. Cijfers zijn niet het belangrijkste, ik weet dat wel, maar ze geven een indicatie en een soortement bevestiging dat je goed bezig bent, en dat is aangenaam. Dat kan natuurlijk ook uit andere richtingen komen. Ik heb de laatste weken serieus nagedacht over nieuwe concepten en ideeën, en ga die ook stelselmatig uitvoeren. Volgende week heb ik twee interviews op stapel staan met twee Britse zangeressen. Ik heb dat nog nooit gedaan, een interview, dus ik vind dat spannend. Het lijken me wel sympathieke dames, dus laat ons gewoon hopen dat ik uit mijn woorden geraak en niet al te starstruck ben en dan komt dat wel goed. Ik ben wel blij dat ik het aandurf, interviews zijn iets wat ik nooit echt voor mogelijk had gehouden, omdat ik dacht dat het niet binnen mijn mogelijkheden en kunnen lag. Maar waarom eigenlijk ook niet? Buh-bye comfort zone.
  2. Dat grafisch ontwerp bijstuderen op twee jaar in plaats van drie jaar? Wonder boven wonder is mij dat zonder tekorten gelukt. Het was stevig op het einde van het jaar, en aan het begin van mijn eindjury was ik er heilig van overtuigd dat het niet goed zou komen, maar blijkbaar had ik mijzelf en mijn werk toch een beetje onderschat. ’t Zal een karaktereigenschap zijn zeker, om dat altijd te doen. Ik vind dat op zich niet slecht, maar ik wil er ook niet over nadenken hoeveel levens ik daarmee al verloren ben. In elk geval: eind goed, al goed.
  3. Ondertussen ben ik alweer bijna twee jaar samen met de bijzondere persoon waar ik het hier vorige keer over had. De tijd gaat zo snel. Ik ken ‘m onderhand aardig, maar leer toch nog steeds bij over wie hij is, wat hij wil en hoe hij over de dingen denkt. Maar dat vind ik nog steeds ongelofelijk boeiend. Dit weekend trekken we er samen op uit, zomaar. Ik heb er alvast enorm veel zin in, en hoop oprecht dat er nog vele jaren zoals de afgelopen twee mogen volgen. De volgende stap in de relatie is samenwonen, maar laat ik eerste even werk vinden.
  4. Want dat ben ik momenteel, werkzoekende, en ik vind dat niet zo’n tof statuut. Ik wil graag werken, maar het vinden van een job is niet zo evident. Ik ben druk aan het solliciteren en ook al een paar keer op gesprek geweest, maar ik vind nog steeds moeilijk om te weten wat ik wil doen. Enerzijds besef ik dat ik misschien gewoon het werk moet aanpakken dat ik kan krijgen, maar anderzijds vraag ik mij af of ik wel eender wat (binnen de sector) wil aannemen. Het is een overpeinzing die door mijn hoofd speelt en waar ik niet bepaald gelukkig van wordt. Ik ben bereid om veel te leren, en alles te geven in een toffe functie. Ik heb geen schrik om in het diepe te springen, als ik er maar zin in heb. Hoe moeilijk kan het zijn om dan een job te vinden? Toch niet zo eenvoudig, blijkbaar. To be continued.
  5. Mijn vrienden zijn de maks, daar blijf ik bij. Er zijn geen wereldschokkende veranderingen gebeurd ten opzichte van anderhalf jaar geleden, behalve dan dat de mensen die het dichtst bij mij staan in september beiden gaan verhuizen. Het ene koppel heeft een appartement gekocht, het andere een huis gebouwd. Ik vind dat best straf van hun! We gaan één van de twee koppels ook helpen verhuizen, dat vind ik ook speciaal en leuk om doen. Het is uiteindelijk hun hele hebben en houden. Ik kijk er ook naar uit om ook die stap te zetten, maar alles op zijn tijd.

Mijn zomer is tot nog toe al erg fijn geweest, en er staan nog zotveel leuke weekends voor de deur waar ik hard van ga genieten. Het enige jammere is dat ik had gehoopt dat zorgelozer te kunnen doen, nu die schoolse miserie eindelijk achter de rug is. Maar solliciteren is niet veel beter, moet ik zeggen. Achja, ik mag niet klagen zeker, ik vind wel een toffe job. En zolang we maar gezond zijn hè?

Dromen en ambities (3)

Het uitspreken van mijn dromen en ambities begint hier al een traditie te worden. De laatste keer dat ik ze neer schreef, was begin oktober, intussen zijn we een half jaar verder dus ’t is tijd voor een nieuw overzicht. Go!

  1. Het muziekblog waar ik nog zo over twijfelde een half jaar geleden is er uiteindelijk toch gekomen. Dit echter niet als een nieuw iets. Twee Huizen Verder was echt mijn ding geworden, een ding dat ik niet zomaar wou laten gaan. In december zag ik ook niet meer in waarom ik dat zou doen dus in januari volgde dan de grote ‘ombouw’: een eigen domein, een nieuwe lay-out, een aangepast concept en ondertussen ook een extra schrijfster. En zolang ik het met veel plezier blijf doen, timmer ik graag verder aan de ingeslagen weg!
  2. Het eerste jaar van mijn verkort traject (twee jaar ipv. drie) grafisch ontwerp loopt ondertussen erg vlot, nog anderhalve maand en het zit er al op! Waar ik in december nog eens mijn twijfels uitte op dit blog ben ik er nu wel van overtuigd: dit is wat ik wil doen. Oké, niet elke opdracht ligt mij even goed maar dat is later ook niet zo. Ik amuseer me er in ieder geval nog steeds iedere dag mee (oa. dankzij enkele geweldige vriendinnen) dus ik ben meer dan tevreden dat ik ervoor ben gegaan.
  3. In oktober sprak ik reeds over een ‘nieuw’ bijzonder persoon in mijn leven die misschien wel mijn dromen en ambities zou willen steunen. Wel, die iemand is nog steeds prominent aanwezig en ik ben er zo enorm blij mee. Het gevoel hebben dat er een persoon voor je klaar staat, eender wanneer, waar je alles tegen kan vertellen en die ook nog eens de liefste dingen terug zegt: zo zijn er toch niet veel! Deze paar zinnen dekken de lading bijlange niet dus laten we het houden op: ik voel mij écht wel gelukkig met hem! :-)
  4. In de vriendenkring kan ik wel van een constante spreken. Behalve de nieuwe vrienden die er met mondjesmaat dankzij mijn lief bijkomen, is er vrij weinig veranderd. De meeste van mijn vriendschappen werden hechter, sommigen zijn na lange tijd weer aangehaald en anderen staan op een lager pitje maar zijn daarom zeker niet verloren. Ik heb een groep mensen rondom mij waarop ik kan bouwen, en dat is zo mogelijk het meest kostbare wat ik kan bezitten.
  5. Om nog even terug te blikken op 2013: ik denk wel dat het écht mijn jaar is geworden. Ik heb het geluk gehad om zelden tegenslag te kennen, enorm veel te kunnen doen, nieuwe dingen te ontdekken, nieuwe mensen te leren kennen en ook om héél veel lekkere koffie te drinken (want ja, koffie is mijn smeerolie). Meer van dat graag!
  6. Voor deze zomer heb ik een vrijwillige stage kunnen regelen bij een communicatiebureau in het Gentse. Iets waarvan ik nooit gedacht had dat het zou gebeuren maar nu wel énorm veel zin in heb. Ik kijk er echt naar uit om vijf weken aan de slag te gaan in een voor mij vrij onbekende sector die toch helemaal niet zo veraf ligt van wat ik nu studeer …

Verder probeer ik op dit moment zoveel mogelijk te genieten van het leven, carpe diem enzo. De balans tussen work en play ligt best oké naar mijn gevoel, zoals het zou moeten zijn. Ik kijk nog even de kat uit de boom in verband met mijn toekomst na het afstuderen, ik proef zoveel mogelijk van de verschillende mogelijkheden (binnen het grafisch ontwerp) en hoop uiteindelijk wel te ervaren wat mij het beste ligt. Ik heb tenslotte nog meer dan een jaar, ’t zal wel lukken.
Tot slot: 2013 was echt mijn jaar, maar ik heb zo de indruk dat 2014 het gaat kunnen overtreffen, en dat is vooral DE MAKS!

Is mijn naïviteit op?

De afgelopen vier schooljaren heb ik de meest vreemde opdrachten doorploeterd. Vier jaar waanzin voor één 250gr. A4 papier waar niet eens het woord ‘onderscheiding’ op staat vermeld. Ik was niet eind juni niet gelukkig. Ik wou nog iets doen dat ook dat een andere hunkerend kantje van mijzelf zou verrijken. Het zou trendwatching worden, of meubelontwerp, of grafische vormgeving. Uiteindelijk werd het dat laatste. Back to the roots, naar wat ik zei dat ik wou doen vooraleer ik aan interieur architectuur begon (waarom ik dat toen niet deed, is een ander verhaal). En dus schreef ik mij in september op de valreep in voor een verkort traject in de grafische wereld.

Twee en een halve maand vol joie de vivre in Illustrator, Photoshop en InDesign later is het even gekrakt. Het ging allemaal redelijk van een leien dakje tot nog toe, maar de afgelopen dagen zijn er héél wat nieuwe opdrachten op ons afgevuurd. Stuk voor stuk uit een redelijk onverwachte hoek en met nog meer onverwachte deadlines. Maar die tijdspannes, daar kan ik nog mee om, dat ben ik ‘gewoon’. Wat er even niet meer bij gaat is de ‘loosheid’ van al deze opdrachten. Ik weet heus wel dat je iets moet leren vanaf nul, dat je niet kan lopen vooraleer je deftig kan wandelen, maar ik heb even het gevoel dat ik mijn portie educatieve onzinnigheid ondertussen heb gehad.

Dat is uiteraard een leugen, want in déze richting ben ik helemaal nog niet toe aan de Memorial Van Damme. En toch is de motivatie even zoek. De goesting om wéér een houten mannetje in de meest vreemde poses op mijn blad markerpapier te zetten, die is absent.

En ik zal er zo dadelijk wel aan beginnen, want ik mag mijn omgeving omarmen dat ik dit nog kan en mag doen. Het is wat ik zei dat ik altijd wou doen, en daar veranderen deze neerslachtige momenten niets aan. De vraag die ik mij stel is of het geen vijgen na pasen zijn, of ik mijn naïviteit doorheen de jaren net niet dat beetje teveel verloren ben.

Je kan niet alles (weten)

In september startte ik mijn tweede hogeschoolopleiding, zijnde grafische vormgeving. Omdat dit net zoals interieurarchitectuur aanvoelt als een deel van mij. Een deeltje dat reeds jaren wachtte op verdere ontwikkeling. Ondertussen ben ik er zeven weken fulltime mee bezig, en ik amuseer me rot. So far, so good dus.

Feit is, door hiermee bezig te zijn, realiseer ik mij dat er nog ‘tig andere dingen zijn die zich in een hoekje verschuilen, af en toe eens komen piepen en zo telkens opnieuw mijn interesse aanwakkeren. Wat ik nu de afgelopen vier jaar en komende twee jaar studeer is design, ontwerp. Wanneer ik dit diploma op zak heb, kan ik in principe vanalles ontwerpen, hoera. Maar wat ik niet kan, is het maken/vervaardigen van die dingen. En dat wringt. Ik wil de meubels die ik ontwerp, de websites die ik samen zal stellen en weet ik veel wat nog allemaal ook kunnen maken! Ik zou nog schrijnwerkerij kunnen leren, informatica kunnen volgen. Maar waar eindigt dit?

Ik besef de laatste tijd iedere dag een beetje meer dat ik nooit ieder detail van een proces in handen zal kunnen houden en ik worstel daarmee. Niet dat ik echt noemenswaardige problemen ondervind bij het uitbesteden van werk, omdat ik besef dat specialisten het doorgaans beter weten. En daar leg ik mij zeker bij neer, om tegelijkertijd te denken ‘kon ik dat ook maar’.

Wat ik mij afvraag, is of ik mij ooit terdege zal kunnen specialiseren in iets. Ik heb enorm veel bewondering voor mensen die écht goed zijn in wat ze doen, een specifiek iets, maar ik heb vaak het gevoel dat dit niet aan mij besteed is. Ik wil mij zeker toeleggen op de richting die ik later kies, het heeft weinig te maken met ‘keuzes openhouden’ wat een typische twintigers-kwaal zou zijn volgens de media. Ik vraag mij af of er plaats is in deze wereld voor coördinerende mensen die van véél iets weten. Misschien wanneer je een bedrijf leidt, dan lijkt me dat essentieel. Om daar te geraken, heb je kennis van zake nodig. En die ontwikkel je dan weer door je ergens in te meesteren. Maar wat als dat er nu niet in zit? Sta je dan op het einde van een doodlopende straat?

Mijn gedachten zijn flou, en ik had gehoopt dat het schrijven van deze tekst zou helpen om ze te ordenen. Het enige wat ik besef is dat ik mijzelf tegenspreek, maar tegelijkertijd zie ik de logica niet. Ik hoop dat de opheldering uiteindelijk komt, dat ook deze klik vroeg of laat wordt gemaakt. En dat zal wel, maar in tussentijd zit ik er mooi mee.

Mijn keuze voor grafisch ontwerp is weloverwogen, maar toch voelt het op dit moment ook vagelijk als ‘uitstel van executie’. Want wat binnen twee jaar? Mijn ‘vakgebied’ interieur/grafiek is eigenlijk al een redelijk specifiek iets, maar toch voelt het niet zo aan. Het is een koraalrif waarin ik zwem, verbonden met zoveel andere boeiende organismen. Het is vaak fijn dat de wereld klein is, maar dat maakt hem van tijd tot tijd zo ongelofelijk ingewikkeld.

Sunday blues

Zondag. Ik heb het niet zo voor zondag. Zondag is de dag dat de week op z’n gat valt. Dat ik terug aan het werk ben voor school. Ik heb het ‘maandaggevoel’ véél meer op zondag dan op maandag, eigenlijk.

Niets ‘moet’ op zondag. Alles kan op ’t gemak, à l’aise. Ik geloof daar niet in, ik werk niet trager op zondag dan op andere dagen, of sneller. Met als verschil dat er op die zes andere dagen doorgaans iets te doen is dat wat schwung brengt in de dag, voor variatie zorgt.

Zondag is de dag die ultiem mijn nadenkvermogen activeert. En ik hou niet van diep nadenken als dat helemaal nergens voor niets nodig is. Want ik kan mij dan zorgen maken in ieder detail van mijn leven, om op maandag vervolgens te zeggen tegen mezelf ‘meiske, er is toch helemaal niets om u zorgen over te maken? Doe eens normaal’. En een oogwenk later is alles weer vergeten en in een hoekje van mijn brein geklasseerd. Zondag is de meest waarschijnlijke dag voor de gemoederen om oververhit te geraken. Want dat ‘alles op ’t gemak doen’ is voor weinigen een gewoonte en het duurt niet lang vooraleer we ons daar met z’n allen aan ergeren omdat dit plots zou moeten. Gelukkig beseffen we dat hier wel en valt het niet te vaak voor dat de boel écht verhit. Op de haard na dan.

Want zondag is ook de dag van jazz en koffie. En in de regenachtige herfst ook van dekentjes en de geur van wild in de oven. Een boswandeling in de winter. Het is een dag om uit te kijken naar de rest van de week, waarin we weer véél te veel te doen hebben zodanig dat we geen tijd hebben om ons zorgen te maken over dingen. Om vervolgens gelukkig te zijn met hoe alles gaat, af en toe te genieten van een midweek-break op woensdagavond, om misschien iets leuk te doen met mensen die je kent op vrijdag en zaterdag. En uiteindelijk loopt de week op z’n laatste benen en zit ik opnieuw voor de aangedampte ruit op zondagnamiddag, uit te kijken naar een de dagen nadien …

Dromen en ambities (2)

In april sprak ik hier mijn dromen en ambities uit. Ondertussen zijn we een half jaar verder en lijkt is echt wel een wereld van verschil met toen.

“Life was so different this time last year.”

Nog even enkele zaken recapituleren van de vorige post:

  1. In juni heb ik twee jaar en een half zangles afgerond. Ik vond dit ongelofelijk leuk om te doen en wil zeker niet beweren dat ik nooit meer les zal volgen, maar momenteel is de uitdaging er een beetje af voor mij. Ik wil graag op de kar van een muzikaal project springen als er één passeert, maar er echt naar op zoek gaan zal ik voorlopig niet doen.
  2. Met saxofoon ben ik vooralsnog niet gestart. Het is een prachtig instrument maar ik heb ondertussen redelijk onverwacht aan een nieuwe sport naast het badmintonnen begonnen en twee hobby’s tegelijkertijd beoefenen, is voldoende voor mij. Ik zou er meer willen doen maar dat is onhaalbaar. De sax zal nog even moeten wachten.
  3. Hetzelfde verhaal voor het muziekblog. Al ben ik niet zeker dat dit er ooit komt. Ik ben eigenlijk best gelukkig met de variëteit die ik kan tonen op Twee Huizen Verder, het zal dan misschien nooit een nicheblog worden met gigantische bezoekersaantallen, maar het is wel ‘mij’. En dat is nog steeds het belangrijkste bij een blog denk ik.

En dan nu andere, iets minder ‘triviale’ zaken…

  1. Het postgraduaat trendwatching heb ik niet aangevat. Wel heb ik deelgenomen aan de toelatingsproef voor de banaba meubelontwerp in Mechelen, maar dit bleek jammer maar helaas geen succes. Voorlopig dus geen meubelontwerp voor mij maar wie weet kruisen de paden later nog.
  2. Toch zit ik ondertussen terug achter de schoolbanken. Ik heb gekozen voor de richting die me jaren geleden ook al interesseerde, namelijk grafisch ontwerp. Ik heb lang getwijfeld om deze knoop door te hakken, omdat ik niet zeker ben van de slaagkansen van interieur en grafische kennis in eenzelfde persoon. Maar ik geloof er echt in, dat er heel wat crossover is tussen beide. Denk er maar eens over na. En ik ben blij dat ik ervoor ben gegaan, ik ben nog maar een dikke twee weken bezig maar ik voel mij ergens ‘opgelucht’ dat ik eindelijk in deze richting mag en kan zijn omdat ik het al lang wou.
  3. Op vriendschappelijk vlak is er wel het één en ander veranderd. De ‘vaste waarden’ zijn gelukkig gebleven maar daarnaast heb ik wel enkele conclusies getrokken. Soms moet je daar toch even bij stil staan, en je realiseren wie écht belangrijk is en wie minder. Je kan nu eenmaal nooit alle vrienden bijhouden die je ooit leerde kennen…

Er is ook nog een ander nieuw iemand in mijn leven. Een bijzonder persoon, iemand waarvan ik denk dat hij mijn dromen en ambities wil steunen en misschien een stukje delen, en dat is echt een fijn gevoel. Het is allemaal nog wat onwennig maar het voelt goed en we zien wel wat de toekomst brengt…
Wat blijft er nu nog over? Dat 2013 nog steeds kei hard mijn jaar (aan het worden) is, en dat is de maks!

Sans

In het café op de hoek van mijn straat loeren sanseveria’s door het raam. Binnen staan er cactussen, een hele hoop, op een lichtgrijze betonnen gietvloer. Lange, korte met fijne naalden en dikke stekels. Deze diepgroen gekleurde planten – en hun pastelgele accenten – staan in schril contrast tegen het donkere, houten meubilair dat de rest van de ruimte vult.

Zoals je weet, of niet, hebben deze planten al veel gezien en meegemaakt. Het is nog maar van gisteren geleden dat Marie haar porto kwam drinken. Zij was de eerste klant van de zaak die er veel ouder uit ziet dan ze eigenlijk is. Bij de feestelijke opening vijf jaar geleden stonden de sanseveria’s ook al achter het glas. De daarop volgende ochtend zag de uitbaatster bij het toekomen een oud vrouwtje de flora grondig bestuderen. Ze sprak de mevrouw aan en vroeg waar ze naar zocht. De prijs, zei ze, want ze stond toch aan de voorgevel van de nieuwe florist? Susanna glimlachte en vertelde dat de planten niet te koop stonden, maar dat ze wel iets te drinken kon krijgen als ze wou. Daar zei Marie geen neen tegen, en zo was zij de allereerste persoon die als cliënteel de wereld van Susanna betrad.

Om de zoveel weken keert ze terug voor haar glaasje plezier, wanneer ze haar boodschappenronde in de buurt aflegt. Bij haar tweede bezoek bracht ze als cadeau een opuntia cactus mee omdat ze nog steeds lachte om het voorval van enkele weken voordien. Ze zei dat die plant het wel zou trekken naast die sanseveria’s, en gelijk kreeg ze, want de plant staat er nog steeds.

Toch heeft dit maar een haar gescheeld. Op een avond zwalpte een man het café binnen. August is een scheepvaarder op rust, die er heilig van overtuigd is dat je al glooiend door het leven moet gaan. De enige effectieve manier om dat te bereiken die hij tot nog toe vond is zichzelf lazarus houden. Maar voor het nieuwe drankhuis in het dorp wou hij wel van zijn gewoonlijke koers richting ‘De Scheve Schipper’ afwijken. Het was rustig die avond, de week was nog maar net van start gegaan. Op het trottoir rustte een zwak schijnsel, afkomstig van de lampedaire die in het midden van de vensterbank stond. Voor August had het de kleur van bier. Hij ging het café binnen en strekte zijn armen, om zich een hindernisvrije tocht naar de toog te garanderen. Dat was niet zijn beste plan. Een kreet weerklonk.

August had in de cactus van Marie gegrepen, die zich op een staander bevond. Hij vermande zich in een flits en vroeg in een gekapt taaltje of het goed zou komen met het  schepsel dat hij per ongeluk had beroert. Het was een wonder dat de pot niet op de grond was gevallen. Susanna staarde de man met open mond aan en analyseerde wat er zich zonet had afgespeeld. Het was duidelijk dat August, voor zijn doen, bloedserieus was en ze stelde hem gerust dat de cactus het wel zou overleven. Ze bood hem een pint aan om wat te bekomen. Een aanbod dat hij niet kon weigeren. Uren later verliet hij jolig het pand.

Enkele dagen later kwam August opnieuw naar Susanna. Bij zich droeg hij een harrisia cactus. Hij voelde zich nog steeds een beetje schuldig over het voorval en vond dat de opuntia na die bijna-doodervaring wel wat gezelschap kon gebruiken. Want met twee is het leven toch wel beter dan alleen.

Dat had Frank, een kalende veertiger, ook gedacht totdat hij op een herfstige namiddag al huilend het café binnen liep. Zijn Vera had de scheiding aangevraagd. Dat kon toch helemaal niet waar zijn, hij begreep er niets van. Het was zijn Vera, zijn droomvrouw, zijn soulmate, de ware. Ze had hem verzekerd dat er niemand anders was, maar hij wist niet meer wat hij moest geloven. Uren en uren hing hij aan de toog bij Susanna. Het moest er allemaal uit. De goede en de kwade momenten. Emmers traanvocht dweilde de uitbaatster bij elkaar. Naarmate de tijd vorderde, klaarde de hemel boven Frank weer uit. Hij vond steun bij August en zijn boek over cactussen. Als die het alleen kunnen trekken in de meest uitzichtloze zandstormen, dan was het verliezen van Vera iets wat hij ook kon doorstaan. Frank zag leven weer rooskleurig in, ander en beter. Om Susanna te bedanken voor haar steun, kocht hij een pereskia cactus met knalroze bloemen. Kwestie van zijn nieuwe visie wat kracht bij te zetten.

De gevel van het café wordt geflankeerd door een rij platanen. Bijzondere bomen zijn dat, ze verliezen elk jaar een stuk vel. De sanseveria’s staan erbij en kijken ernaar. Tenminste, als er niemand op het eikenhouten bankje zit dat afgelopen zomer voor de ruit werd geplaatst. Dit wordt meestal ingenomen door rokers, maar het is niet uitzonderlijk dat een passant er even op uitrust. Zo was er het jonge meisje met het lange, sluike, lichtbruine haar en sprekende grijze ogen. Zij zat wel eens vaker op het bankje, steevast op dezelfde manier, met de knieën opgetrokken en haar voeten voor zich, zodat ze haar armen er rond kon slaan. Iedere keer droeg ze een verschillende diadeem, haar collectie leek onuitputtelijk. Ze sprak zelden maar kon uren gefascineerd turen naar wat er zich rondom haar afspeelde. Op een dag zette ze zich niet neer maar drentelde ze het café binnen. Ze groette Susanna beleefd, bestelde een glas sinaasappelsap en nam plaats aan de grote ovalen tafel.

Haar oog viel op de harrisia, die sinds zijn komst stevig was gegroeid. Ze mompelde dat die planten haar deden denken aan vroeger. Julia bracht de eerste helft van haar leven door in Argentinië omdat haar ouders daar toen werkten. Hoewel ze verder niets met dat land te maken heeft, geraakt ze maar niet gewend aan de West-Europese couleur locale. Ze zei dat ze geboeid was door de symbiose van de planten in het café. De harmonie tussen de sanseveria’s en de cactussen. Tussen hier en daar. Ze dronk een slok van haar fruitsap en nam vervolgens het glas mee naar buiten om terug op het bankje te kunnen zitten.

De geur van de herfst hing in de lucht. Susanna stak de haard aan en zette het schof voor de helft open. Het werd algauw aangenaam warm in het café. Marie kwam binnen met haar trolley; ze had net inkopen gedaan op de markt. Susanna lachte haar hartelijk toe en schonk zoals gewoonlijk een glas porto in. Marie bestelde daarbij enthousiast een limonade voor haar kleindochter. Een minuut later wandelde Julia door het deurgat. Ze hield een kleine aardewerken pot vast met daarin een jonge sanseveria. Ze liet de pot zakken en wierp een guitige blik naar Susanna, vergezeld door de vraag of ze hem naast de harrisia mocht plaatsen. Susanna knikte. Julia zette de plant neer en slaakte een zucht van opluchting.

Ook deze vrouwentong schoot wortel op Susanna’s terrein. Naarmate de jaren verliepen, kwam het café voller en voller te staan. Elke plant draagt een herinnering met zich mee, die van tijd tot tijd weer opborrelt en aanleiding geeft tot een gesprek. Mensen hebben vaak niet veel nodig. Waar de sanseveria’s achter het venster vandaan komen, daar wordt echter nimmer naar gevraagd.